
Hartfalen ontwikkelt zich vaak langzaam, wat betekent dat het vaak pas in een later stadium wordt herkend. In Nederland leven naar schatting 246.000 mensen met gediagnosticeerd hartfalen, en nog eens 255.000 mensen die niet weten dat ze hartfalen hebben. Vooral bij hoog-risicogroepen zoals mensen ouder dan 60-65 jaar met suikerziekte (diabetes mellitus type 2), chronische obstructieve longziekte (COPD) of onbegrepen benauwdheid komt niet-herkend hartfalen veel voor, met name hartfalen door een stijve hartspier (HFpEF).
Door hartfalen eerder op te sporen, kunnen we snelle achteruitgang, acute ziekenhuisopnames en verlies van kwaliteit van leven voorkomen. Dat vraagt om betere herkenning, toegankelijke diagnostiek en goede samenwerking tussen verschillende zorgprofessionals.
Deze werkgroep richt zich op praktische en haalbare stappen om dit proces te verbeteren. Denk hierbij aan het opschalen van scholing, voorlichting over de diagnostische waarde NT-proBNP en het vergroten van de maatschappelijke bewustwording van hartfalen. Ook zal de Nationale Hartfalenweek van 2026 in het teken staan van "Herkenning", waarbij we de nadruk leggen op het belang van vroege opsporing en preventie.
‘’Hartfalen wordt vaak pas ontdekt als klachten al ernstig zijn. Terwijl juist vroegtijdige herkenning zoveel kan voorkomen. Door kennis te vergroten, signalering te verbeteren en diagnostiek laagdrempelig te maken, kunnen we het verschil maken voor duizenden mensen. Onze werkgroep wil dit thema daarom onder de aandacht brengen – vooral bij risicogroepen.’’
- werkgroeplid
Test
Test
Test
